|
Geschiedenis
De geschiedenis van de molen en zijn voorgangers in Middenbeemster is in 1994 grondig uitgezocht door N. Th. van der Lee, en gepubliceerd in Jaarboek Waterland 1995.
Klik hier om het artikel te lezen
Op het artikel zijn nog wel enkele aanvullingen te maken.
Van der Lee schrijft dat 1669 met zekerheid het bouwjaar is geweest van De Nachtegaal. Hiervoor is echter nog geen enkel bewijs gevonden. Het kan zijn dat in 1669 deze molen aan de Hobrederweg werd gebouwd, het kan ook zijn dat de huidige molen eerst elders heeft gestaan en pas later naar de Hobrederweg is verplaatst. Volgens het rapport over de bouwhistorische verkenning door Nico Jurgens is de molen kennelijk zeventiende-eeuws, maar is aan de constructie zichtbaar dat de molen geheel of gedeeltelijk gedemonteerd is geweest. Vermoedelijk in de negentiende eeuw werden onderdelen vervangen door tweedehands materiaal, en door restauraties in 1950 en 1972 zijn veel bouwsporen verloren gegaan. Als de molen in 1669 op deze plek zou zijn gebouwd, zijn er geen duidelijke verklaringen te geven voor het kennelijk losnemen van achtkantstijlen, de kennelijke oorspronkelijke positie van het luiwerk en de rechthoekige vorm op de Kadastrale Minuut van 1813.
Krantenartikel van 9 maart 1970
Molenkenner Jan van Egmond (Middenweg 38, Noordbeemster): "De as van de Nachtegaal, komt van een molen die hier achter op de bouw stond. Kees van der Lee heeft me verteld dat hij hem er zelf gehaald heeft. Het zal zo ongeveer 1885 zijn geweest. De Nachtegaal had oorspronkelijk een houten as." Kees van der Lee was een van de vorige eigenaren van de molen. ...
Wat hij wel vrij zeker weet, is dat de roeden van de molen ook al afkomstig zijn van een voormalige Beemster watermolen. "Ze zijn verkort. Dat kun je zien. De Nachtegaal heeft een vlucht van 22 meter. De Beemster watermolens zullen een vlucht van een meter of vijfentwintig hebben gehad." ...
De Nachtegaal heeft oorspronkelijk gestaan ongeveer op de plaats waar nu de veelbesproken boerderij Pronk staat aan de Rijperweg, op de "binnenkavel" nr. 67. Kenners schatten dat de bouw in het begin van de jaren zeventienhonderd heeft plaatsgehad. Wanneer de verplaatsing naar de Hobrederweg geschiedde, is niet bekend. Misschien 1863, het jaar waarin de huidige kap er op werd geplaatst, die afkomstig was van een watermolen.
De laatste restauratie heeft plaats gehad in 1950. Die kostte ƒ 6000. "Alles is er uit geweest. Moeijes van Obdam heeft het gedaan. Op een dag zag ik de molen in de zeilen staan. Ik dacht, daar moet ik op af. De restauratie was klaar, maar de molen wilde niet draaien. Dat heeft Poland uit Heerhugowaard toen nog in orde gemaakt".
De molen staat weliswaar nog fier overeind, maar één van de stijlen is al bedenkelijk verzakt; de hekken van de wieken takelen af en staan er wat bij als een onvolledig gebit. De wind fluit door de gaten in de schamele, versleten rieten jas, maar het is geen zang een nachtegaal waardig. Het is een klaagzang, een s.o.s.-sein tot de reddende hand van de molenmaker en tot de instantie die het moeten mogelijk maken dat deze restauratie zijn heilzaam werk kan gaan doen. Opdat Beemster's enige molen als herboren in nieuwe luister zijn oude glorie ten toon zal kunnen spreiden.
|