Interview met Corrie, Riet en Greet Bijman

Op 14 februari 2011 hadden Pieter Beemsterboer en Jaap van der Veen een gesprek Met Corrie Bijman, Riet Bijman en Greet Bijman, alle drie dochters van de een na laatste molenaar van molen de Nachtegaal in de Beemster.

Cees Bijman

Zusters Bijman, Foto: J.M. van der Veen, 26 aug. 2011
Zusters Bijman, Foto: J.M. van der Veen, 26 aug. 2011

In 1905 is onze opa Cees Bijman als molenaar begonnen op de Nachtegaal. Daarvoor was hij als molenaarsknecht werkzaam bij de boer Cees van der Lee, die ook eigenaar was van de molen, en een boerderij bezat naast de molen. Het voorgeslacht van deze Cees van der Lee is gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw eigenaar van de molen geweest.
Onze opa heeft omstreeks 1900 het molenvak in Someren (NB) geleerd. Daarna is hij zich in Hoogwoud verder gaan bekwamen, tot hij zelf in staat was een molen te beheren.
In 1905 kocht hij de molen van Cees van der Lee en vestigde zich in de Beemster.
In 1904 was hij in Venhuizen getrouwd met onze opoe Geertje Ruijter. Zij werd de drijvende kracht achter het bedrijf. Het was heel hard werken om rond te komen. Samen kregen ze vier zonen, Jaap, Henk, Jan, en Tom.

Jaap Bijman

Hun oudste zoon Jaap, onze vader, kwam na zijn huwelijk met Grietje Ootes op 7 mei 1930 op de molen. Opa verhuisde toen naar de Jisperweg. Hij kwam dagelijks op de fiets naar de molen. Opa en vader hadden een mondelinge samenwerkingsovereenkomst, later een vennootschap. Ome Henk werkte als molenaarsknecht mee.
Vader en moeder kregen acht dochters, en een zoon, Kees, genoemd naar zijn opa.
Wij woonden met het hele gezin in het molenaarswoninkje op het erf. Dit huisje werd verbouwd in 1947, toen de muren verhoogd werden, en het dak 90 graden werd gedraaid. Zo kwam er meer ruimte. Het was weer heel hard werken om rond te komen. Wij komen uit een katholieke familie. We gingen naar de kerk en de school in Westbeemster.
Onze opoe was heel godsdienstig: ze ging wel twee keer per dag naar de kerk, toen ze er dichtbij woonde!
Op het erf stonden twee pakhuizen, die voor opslag werden gebruikt. Deze pakhuizen, met een Mansardekap, zijn in de negentiende eeuw gebouwd. Voor de pakhuizen stond een brongasketel, en een waterput.
Vaders deed vooral zaken met de boeren en de bakkers in de Beemster. De boeren brachten vaak zelf het graan, om het door vader te laten malen. Later kwam er meer fouragehandel.

Tweede Wereldoorlog

In 1939 werd vader opgeroepen voor de mobilisatie. Zijn broers hielpen toen het bedrijf draaiende te houden. Gelukkig duurde die situatie niet lang. Ons mooie T-Fordvrachtwagentje werd gevorderd. In de oorlog kregen we veel bezoek van mensen uit de grote steden, die zochten naar voedsel. In de hongerwinter werd het zo erg, dat er in de molen bijna iedere nacht werd ingebroken om meel te stelen. Samen met de boeren werd er een burgerwacht gevormd om deze diefstallen te voorkomen.
In diezelfde oorlogswinter is het gebied rond de molen onder water gelopen, omdat er niet gemalen kon worden door de watergemalen. We schaatsten zo vanuit ons huis de polder in. Dat was in nov./dec. 1944.

Molenaar was een zwaar beroep. Je was erg afhankelijk van de wind. Als het ’s nachts begon te waaien moest vader z’n bed uit om te gaan malen. De molen heette niet voor niets: de Nachtegaal! Die naam had hij overigens al ver voor onze tijd.
We waren erg bang voor onweer. Een keer is de bliksem vlak naast de molen ingeslagen. Dat was schrikken! Een bliksemafleider hadden we niet.
Vaak begon het ook hard te waaien tijdens een onweersbui, en dan moest vader extra opletten dat de molen goed vast stond. Als hij onderweg was naar de boeren en de wind draaide, dan moesten moeder en de kinderen de molenkap met veel moeite zien te draaien, zodat de molen weer in de goede stand kwam te staan.

Wij hebben heerlijk kunnen spelen op het molenerf en in de pakhuizen. Als we vader koffie moesten brengen liepen we soms tussen de draaiende wieken door, hoewel dat eigenlijk niet mocht. Je moest dan wel goed inschatten hoe snel de wieken draaiden! Gelukkig is er nooit een ongeluk gebeurd.

Aanpassingen

Na de oorlog, in 1949 volgens broer Kees, zijn er onderin de molen grote deuren gemaakt, en zijn de maalstenen verhuisd van de begane grond naar de eerste verdieping. Daardoor kon onze vrachtwagen naar binnen worden gereden. Na onze T-Ford kregen we een Dodge.
In 1951 is de molen door Moeijes uit Obdam voor Fl. 6331,- gerestaureerd. Van de Gemeente Beemster kreeg vader Fl. 480,- subsidie. De rest moest hij zelf betalen.

In 1955 kregen we pas waterleiding en elektriciteit. In droge zomers haalden we vroeger water bij de buren aan de Middenweg, in melkbussen. We hadden brongas om op te koken, en als verlichting.
In die jaren kwam er af en toe een toerist, die wij als kinderen graag rondleidden! Want we waren toch wel trots op onze unieke molen in de Beemster. We zijn nu dan ook heel blij met de initiatieven tot restauratie van de Nachtegaal.
Verkoop

In 1961 heeft vader de molen verkocht aan Rinus Knijn, omdat de fouragehandel begon terug te lopen, en er weinig meer werd gemalen. Zijn opvolger, die het molenaarsvak op de molen leerde, heeft het bedrijf nog tot zijn dood voortgezet.
Wij zijn verhuisd naar Overdie in Alkmaar. Vader heeft in Heiloo en Alkmaar gewerkt tot hij 65 jaar werd.

Jaap van der Veen
23 februari 2011.

© Copyright 2018. De Stichting tot behoud van De Nachtegaal | Colofon